maandag 28 september 2015

De soortenrijkdom van Nijmegen: Rust en rotsen

Zwarte Grafkorst op begraafplaats Graafse Weg
© Erik van Dijk
Nijmegen kent veel begraafplaatsen. Het zijn in steden kleine oasen van rust.  De tijd staat er letterlijk stil. De begraafplaats aan de Daalseweg is zo’n tijdsmonument. Grafzerken zijn deels overgroeid en gebroken. Ze vormen als het ware kunstmatige rotsen. De diversiteit aan grafzerken en rust zorgen voor een klein paradijs voor langzaam groeiende en rotsbewonende korstmossen.

Granietschildmos in Brakkestein © Erik van Dijk

Door de jaren is op begraafplaatsen een brede range van uiteenlopende gesteentesoorten gebruikt. Zure gesteenten als graniet, kiezelsteen en baksteen zijn schaarser maar trekken zeldzamere soorten aan. Op de begraafplaats in Brakkenstein werd dit jaar bijvoorbeeld Granietschildmos ontdekt: een soort die voornamelijk in Drenthe op hunebedden wordt aangetroffen.  De meeste grafstenen zijn echter van kalksteen, cement of beton. Deze gesteenten zijn basisch. Hierop groeit bijvoorbeeld het algemene Betoncitroenkorst.

Betoncitroenkorst © Erik van Dijk

De ultieme begraafplaatsbewonende korstmos is de Zwarte Grafkorst. Deze landelijke zeldzaamheid is goed vertegenwoordigd op de begraafplaats aan de Graafseweg. De Zwarte Grafkorst is duidelijk herkenbaar aan het zwarte centrum en de blauwige rand. Zelfs wat de naam betreft, past die soort perfect bij deze bijzondere biotoop.


Auteur: Erik van Dijk



woensdag 23 september 2015

Foto van de week 38

Grote bloedsteelmycena, 19 september op de Staddijk (c) Erik van Dijk

Wat een paddenstoelenrijkdom kent Nijmegen. Niet alleen zijn er heel veel waarnemingen met foto’s ingevoerd, het zijn ook heel veel verschillende soorten. Voor het overgrote deel bovendien mij volslagen onbekend. En met zulke mooie namen. Persoonlijk ben ik in de stad niet veel verder gekomen dan Fluweelpootje en Troskalknetje, dus ging er een wereld voor me open.
De mycena op de foto van de week trof me in het bijzonder en krijgt daardoor de ereplaats. Meerdere fotografen hebben de paddenstoel vereeuwigd, maar de foto van Erik van Dijk vind ik toch echt de mooiste.
Deze Grote bloedsteelmycena (Mycena haematopus), een zwam die op dood hout gedijt, is herkenbaar (de naam zegt het al) aan het bloedkleurige vocht in de stengel. Een paar weken geleden kwam in deze blog de Melksteelmycena voorbij, die scheidt (ook hier zegt de naam het al) wit op melkgelijkend vocht af. Soms lijkt determineren zo simpel…
Auteur: Ria Vogels

zaterdag 19 september 2015

De soortenrijkdom van Nijmegen: Plant gekraakt voor huisvesting

Een appelgal op een blad van zomereik © Jeroen Veeken
De nazomer is de optimale tijd om gallen te bekijken. De bladeren hangen nog aan de bomen en juist op die bladeren zijn de meeste gallen te vinden. Ze zijn dan volgroeid, of zelfs al verlaten, en daardoor gemakkelijk te bekijken. Gallen zijn heel algemeen en in vrijwel elke tuin in Nijmegen te vinden. Maar wat zijn gallen?

Gallen zijn vergroeiingen van planten die veroorzaakt worden door insecten. Deze vergroeiingen hebben een functie in de huisvesting voor bladluizen, mijten en larven van wespen, kevers, muggen en vliegjes.

Vergelijk het met een muggenbult of met een allergische reactie: wanneer je gestoken wordt of in contact komt met een vervelende stof, reageert je lichaam daarop. Analoog hieraan zal een plant reageren wanneer er eitjes in worden gelegd door bijvoorbeeld een galwesp of een galmug. Deze reactie bestaat uit een vergroeiing van de weefsels. Hierdoor kunnen allerlei bolletjes, knopjes en bultjes ontstaan.

Bij veel gallen wordt een eitje gelegd in of op een plant. Nadat het eitje uitkomt, begint de larve zich te voeden met de inhoud van de gal, waarna hij vervelt en verpopt. En dat allemaal in een relatief beschermde omgeving. Uiteindelijk kruipt het imago van het insect uit de gal en zal de cyclus zich herhalen. Imago’s zijn de volwassen, gevleugelde insecten die zich kunnen voortplanten.

Andere gallen  worden gevormd door bijvoorbeeld bladluizen en mijten.  Zij veroorzaken het kroezen of vouwen van bladeren, waardoor holten ontstaan waarin ze veilig kunnen leven.

De meeste soorten galwespen en –muggen kiezen steeds dezelfde waardplant. De reactie van de plant op een bepaald insect is ook steeds hetzelfde. Door naar een gal te kijken, kan dus de naam van de parasiet worden achterhaald. Op Zomereiken komen algemene soorten voor als Ananasgal, Appelgal, Knikkergal, Satijnen Knoopgal, Lensgal en Plaatjesgal. Ga maar eens bij een laaghangende tak van een Zomereik staan. Speur vervolgens tien minuten langs de bladeren en kijk eens hoeveel verschillende soorten je kunt vinden.


Auteur: Jeroen Veeken

woensdag 16 september 2015

Foto van de week 37


Patrouillerende man Bruinrode heidelibel, Hees © Ria Vogels

Terug van vakantie valt het me op dat hier de herfst is losgebarsten. Regen, vallend blad en herfstplanten in bloei. Waarnemingen in onze omgeving onderstrepen dit ook: veel foto’s van paddenstoelen.
Uiteraard heb ik direct bij thuiskomst onze tuinvijver geïnspecteerd en, jawel, ook daar is het herfst. De libellen die elk jaar als laatste verschijnen, vliegen er weer rond: Houtpantserjuffer en Bruinrode heidelibel. Dat betekent dus dat het einde van het vliegseizoen nadert voor deze insectensoort. Nog maar zo weinig tijd om ervan te genieten! Dat moment probeer ik wat langer vast te houden met dit plaatje van een vliegende man Bruinrode heidelibel. Hij doet uitermate zijn best een vrouw te vinden om mee te paren en dan de bevruchte eitjes in de vijver af te zetten. Hopelijk lukt het hem nog, dan zie ik zijn nakomelingen volgend jaar weer in de tuin.

N.B. Deze foto van eigen hand is naar mijn mening (ahum) de op een na mooiste deze week, ik heb mezelf voor een keer voorgetrokken. De mooiste is het Langlijfje van Rico Otten, zie  http://waarneming.nl/waarneming/view/108672113.

Auteur: Ria Vogels

zondag 13 september 2015

De soortenrijkdom van Nijmegen: Van Hyena tot Houtspaander

Een Houtspaander op 3 juli 2015 in de Hazenkamp © Erik van Dijk 
Nachtvlinders vormen een bijzondere groep onder de insecten. Voor de doorsnee Nijmegenaar blijven ze vrijwel buiten beeld door hun nachtelijke leven. Ook boeien ze de oppervlakkige kijker nauwelijks omdat ze in de schemering op het eerste oog niet bijster kleurrijk lijken. Slechts wie goed kijkt ziet dat deze soortgroep fantastisch getekend is en vaak wonderlijke vormen kent. Intrigerend zijn ook de namen die veel soorten gekregen hebben. Om de soortgroep te populariseren zijn alle Latijnse namen voorzien van een Nederlandse equivalent en daarbij zijn fraaie namen uit de bus gekomen. De Houtspaander (Axylia putris) is genoemd naar zijn uiterlijk. De Wapendrager heb ik zelf als eens aangezien voor een stokje dat op mijn tuinstoel lag.

Een Hyena op 5 juli in de Hazenkamp © Erik van Dijk
En wat te denken van Papegaaitje, Hyena, Appeltak, Perentak, Zwart beertje, Huismoeder, Populierenblad, Lieveling, Brildrager, Rietvink, Draak, Roestvlek, Kameeltje, Rozenblaadje, Witte tijger, Veelvraat, Schaapje en Ivoorkroeskopje? Dan denk je toch niet zo snel aan nachtvlinders. Gebrek aan creativiteit kan de naamgevers niet ontzegd worden.

Zijn deze beestjes met al die illustere namen nu heel bijzonder en zeldzaam. Nee in tegendeel. Veel van deze nachtvlinders vliegen ’s nacht boven de Nijmeegse tuinen. Je zult ze in de praktijk alleen zien bij felle lampen.


Auteur: Sjak Gielen

woensdag 9 september 2015

Foto van de week 36

Melksteelmycena op 5 september in Mariënboom © Erik van Dijk
Er zijn meer dan 8000 soorten paddenstoelen. Paddenstoelen op naam brengen is dan ook geen sinecure. Een foto volstaat lang niet altijd. Ook belangrijke kenmerken zijn bijvoorbeeld geur, verkleuring bij breuk, sappen bij breuk, standplek en substraat(waar groeit hij op). Regelmatig moet zelf de celtextuur onder een microscoop bekeken worden.

Maar gelukkig maken sommige soorten het makkelijker. Bovenstaande Melksteelmycena geeft een flinke aanwijzingsoor zijn naam. Er loopt inderdaad melk uit de steel.

Auteur: Erik van Dijk

donderdag 3 september 2015

Foto van de week 35

29 augustus Paardenkastanjemineermot in de Hazenkamp © Erik van Dijk
Help mijn kastanje is ziek! Veel mensen denken bij het reeds in juni bruin wordende blad van kastanjebomen dat hun boom ziek is. Ziek niet echt, maar belaagd worden de Witte Paardenkastanjes zeker. In 1985 werd in Macedonië een nieuwe nachtvlindersoort ontdekt. In 1998 werd het eerste exemplaar in Nederland gezien. Maar inmiddels kun je in Nederland niet meer om hem heen. Als een kastanje niet bevolkt met deze motjes is, is er een goede kans dat het een Rode Paardenkastanje is. Deze verwante soort is veel minder gevoelig voor de Paardenkastanjemineermot.

Dit is een motje van slechts 5 mm groot. Ongelofelijk zijn de details en kleuren die de natuur in zo'n beestje van 5 mm heeft weten te priegelen. Nog indrukwekkender is de leefwijze van de rups. De rups is een mineerder en vreet gangen tussen de boven- en onderzijde van het blad. Nog meer gepriegel, maar lekker veilig.

En veilig is de kastanjemineermot de komende jaren sowieso. Door zijn recente komst in Nederland en Europa zijn er nog nauwelijks natuurlijke predatoren en woekert de plaag verder.


Auteur: Erik van Dijk