zondag 15 maart 2015

De soortenrijkdom van Nijmegen: Voorjaar in Nijmegen. Daar moet op gezongen worden


Het is voorjaar in Park Brakkenstein. Je merkt het aan alles; de Sneeuwklokjes zijn bijna uitgebloeid en de Bosanemonen, het Speenkruid en de Sterhyacinten nemen het over. Het wordt duidelijk iets lichter en iets warmer, maar er vooral steeds meer geluid! De eerste zingende vogels kondigen de lente aan. Mezen, spechten en Boomklevers zijn er vaak al vroeg bij. Op zonnige, heldere dagen in de eerste maanden van het nieuwe jaar zijn ze vaak al oorverdovend. Mannelijke vinken en Zanglijsters beginnen iets later met hun karakteristieke liedjes, maar ook zij zijn inmiddels begonnen. Vanaf februari klinkt de ‘vinkenslag’, eerst onwennig en op slechts enkele plaatsen, stotterend alsof ze elk jaar opnieuw moeten leren hoe ze moeten zingen. Maar inmiddels hoor je ze overal, zelfs in de binnenstad. Vanaf halverwege maart beginnen de Tjiftjafs te tjiftjaffen en al snel is het hek en is het voorjaar een feit.

Van de meeste vogelsoorten zingen alleen de mannen. Hiervoor hebben ze twee belangrijke redenen. Allereerst moeten ze aan andere mannen -hun concurrentie- laten weten waar ze zitten. Om zijn jongen groot te brengen, heeft de man een plek nodig om een nest te bouwen en een gebied om voedsel te zoeken. Wanneer er teveel mannen in een te klein gebied zitten, is er simpelweg te weinig plaats en te weinig voedsel. De tweede reden om te zingen, is minstens zo duidelijk: zonder vrouw zullen er geen eitjes komen. Maar hoe weet een vrouw waar een geschikte man te vinden is? Juist! De fitste vent zingt het mooist en het hardst!

Figuur 1: De Zanglijster zingt inmiddels ook weer volop

Vanaf half mei neemt de zangactiviteit gestaag af. Sommige soorten beginnen nog aan een tweede of zelfs een derde broedsel, bijvoorbeeld de Merel en de Zanglijster. Daarna wordt het stiller; blijven zingen kost energie en het trekt wel de aandacht van roofdieren.

Maar hoe weet een vogel nou wanneer hij moet gaan zingen Deze vraag is nog niet volledig beantwoord. Wel is duidelijk dat daglengte (de hoeveelheid aaneengesloten licht op een dag) in combinatie met de stijgende temperatuur een grote rol speelt. Vandaar dat veel vogels door het opwarmende klimaat de afgelopen jaren steeds eerder zijn zingen in het vroege voorjaar. En het vroege zingen resulteert vervolgens in steeds vroeger broeden.

Auteur: Jeroen Veeken

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen